Armenkamer

Arme stadsbewoners konden vanaf de middeleeuwen steun ontvangen van de armentafel of armendis van hun eigen parochie. Om de overheid meer controle over de armenzorg te geven besliste keizer Karel V in 1531 om in elke stad van de Nederlanden één centrale Armenkamer op te richten. In Gent gebeurde dat in 1535. De stedelijke Armenkamer ontplooide zijn werking naast de bestaande initiatieven van parochies, ambachten en private stichtingen. De instelling was gevestigd in een vleugel van het stadhuis aan de Poeljemarkt. Het oorspronkelijke interieur is nu bewaard in de Bijlokeabdij (STAM). Bij de afschaffing van het ancien régime (1795) werden de taken van de stedelijke Armenkamer overgenomen door het Bureel van Weldadigheid, die zich in Onderbergen vestigde. In 1925 fuseerde die instelling samen met de Commissie van Burgerlijke Godshuizen tot de Commissie voor Openbare Onderstand (COO). Dit is de voorloper van het huidige Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW), opgericht in 1977. 

Titel van beschrijving van deze stedelijke instelling in: Antonius Sanderus, Flandria Illustrata, 1641-44

Over de muntenroute

In Gent komen er duizend ‘munten’ gemaakt uit brons in het wegdek tussen de Grasbrug en de vroegere Brabantpoort aan het François Laurentplein. In de middeleeuwen was dit een stuk van de belangrijke handelsweg van Brugge naar Keulen. Die heeft het stratenpatroon van de binnenstad mee vorm gegeven. De muntenroute visualiseert het deel van deze route tussen de Leie en de Schelde.

Meer informatie