Glijder of glis (schaats) uit paardenbot, 14de eeuw

Glijder of glis (soort schaats), gemaakt van een paardenbot, 14de eeuw [Stadsarcheologie Gent]

Glijders, glijbenen of glissen zijn lange botten, meestal van paard of rund (het exemplaar dat hier werd gevonden, is een metatarsus of middenvoetsbeen van een paard). De onderkant is vlak en glad gepolijst en loopt aan de top schuin op. Ook de bovenkant is wat afgeplat. Het zijn de voorlopers van onze schaatsen en werden dus gebruikt om op het ijs van een bevroren plas of waterloop te glijden. Men bond de glijders aan de schoen vast (de top of hak van de glijder is soms doorboord om een touwtje door te steken) of ging er gewoon op staan, en bewoog zich schuifelend of met behulp van één of twee prikstokken voort. De Korenmarkt kan in de middeleeuwen drassig genoeg geweest zijn om winterpret op de bevroren plassen te verzekeren. Hoewel, een ijsbaan aanleggen kunnen kinderen overal waar een laagje bevroren sneeuw ligt… 

Meer informatie: R. Van de Walle, 'Bewerkt been, gewei, hoorn en ivoor', in: Stadsarcheologie, jg. 6, nr. 2, 1982, p. 17-20; R. Lauwerier en H. van Klaveren, 'Bewerkt bot', in: Vroeg-Middeleeuwse ringwalburgen in Zeeland, Goes/Amersfoort, 1995, p. 200-203.

Over de muntenroute

In Gent komen er duizend ‘munten’ gemaakt uit brons in het wegdek tussen de Grasbrug en de vroegere Brabantpoort aan het François Laurentplein. In de middeleeuwen was dit een stuk van de belangrijke handelsweg van Brugge naar Keulen. Die heeft het stratenpatroon van de binnenstad mee vorm gegeven. De muntenroute visualiseert het deel van deze route tussen de Leie en de Schelde.

Meer informatie